Deelnemingen

4/5 (2)
Deelnemingen

Een onderneming kan een bepaald deel van de aandelen van een ander bedrijf in bezit hebben. De onderneming heeft dan een kapitaalbelang verworven oftewel een deelneming in de betreffende onderneming. Veel ondernemers kiezen er bij de start van hun onderneming voor om twee besloten vennootschappen op te richten, waarbij één vennootschap wordt aangemerkt als holding welke de aandelen houdt van de werkmaatschappij. Een reden om voor een dergelijke structuur te kiezen is het veilig stellen van activa bij een faillissement van de werkmaatschappij. In de holding kan bijvoorbeeld het bedrijfsgebouw onder worden gebracht welke wordt verhuurd aan de werkmaatschappij. Indien de werkmaatschappij onverhoopt failliet zou gaan dan blijft het bedrijfspand buiten het faillissement. Er zijn nog talloze extra redenen om voor een dergelijke structuur te gaan. Het is verstandig om hierover bij uw accountant of jurist te informeren.




Structuurschema

Een dergelijke structuur kan er als volgt uit zien:

Holding werkmaatschappij

Holding B.V. heeft in deze situatie een 100%-belang in Werkmaatschappij B.V.. Op de balans van Holding B.V. staat het belang in Werkmaatschappij B.V. gepresenteerd als ‘deelneming’ onder de financiële vaste activa. Voor welk bedrag het kapitaalbelang moet worden opgenomen is afhankelijk van een aantal factoren, welke hierna zullen worden besproken.


Invloed van betekenis

In de Nederlandse wet is vastgelegd dat deelnemingen waarin de rechtspersoon (in casu: Holding B.V.) invloed van betekenis uitoefent op het zakelijke en financiële beleid, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode (zie artikel 2:389 lid 1 BW).

Indien geen invloed van betekenis wordt uitgeoefend wordt een deelneming gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of actuele waarde (zie artikel 2:384 lid 1 BW). Er wordt invloed van betekenis vermoed indoen de rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen alleen of samen een vijfde of meer van de stemmen van de leden, vennoten of aandeelhouders naar eigen inzicht kan uitbrengen of doen uitbrengen. In de meeste gevallen is er sprake van invloed van betekenis als de moeder (Holding B.V.) 20% of meer van de aandelen in de dochter (Werkmaatschappij B.V.) houdt.

Onder de vermogensmutatiemethode wordt vrijwel altijd de netto-vermogenswaarde verstaan (artikel 2:389 lid 2 BW). Alleen indien er onvoldoende gegevens ter beschikking staan om de netto-vermogenswaarde te bepalen mag worden uitgegaan van een andere uitgangswaarde (de zichtbare intrinsieke waarde). Dit komt in de praktijk echter zelden voor.

Beoordeel deze pagina

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *