Externe Verslaggeving

5/5 (2)
externe verslaggeving

Vrijwel elke onderneming dient na afloop van het boekjaar een jaarrekening op te stellen waarmee het verantwoording aflegt over het door haar gevoerde beleid. Deze jaarrekening is primair bedoeld voor de eigenaren van de onderneming, maar ook overige belanghebbenden (oftewel stakeholders) kunnen belang hebben bij een jaarrekening. Maar aan welke eisen moet een jaarrekening voldoen? En wanneer dient er een verklaring van de accountant aan toegevoegd te worden? Moet ik de jaarrekening ook publiceren bij de Kamer van Koophandel? Op dit soort vragen wordt op deze pagina antwoord gegeven.




Grondslagen voor het opstellen van een jaarrekening

Titel 9 BW 2
In Nederland zijn de wettelijke bepalingen omtrent externe verslaggeving vastgelegd in Titel 9 Burgelijk Wetboek 2. De bepalingen in deze wet zijn net als andere lidstaten van de Europese Unie gebaseerd op de vierde (voor de enkelvoudige jaarrekening) en zevende (voor de geconsolideerde jaarrekening) EG-richtlijn. Titel 9 BW 2 is van toepassing op de naamloze vennootschap (NV), de besloten vennootschap (BV), cooperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen (OW), commerciele verenigingen, commerciele stichtingen en VOF’s waarvan alle firmanten of commanditaire vennootschappen waarvan alle beherende vennoten buitenlandse kapitaalvennootschappen zijn. Al deze ondernemingen dienen te voldoen aan de regels en voorschriften over de wijze van opmaken en publicatie van de jaarrekening volgens Titel 9 BW 2.

Richtlijnen voor de jaarverslaggeving
De inhoud van Titel 9 BW 2 is relatief beperkt. In deze wet staat echter het volgende: de jaarrekening dient opgesteld te worden op basis van normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd. Deze normen zijn in Nederland nader uitgewerkt in de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (de RJ). Het heeft niet de status van een wettelijke bepaling, maar in feite wordt elke onderneming gedwongen om de richtlijnen toe te passen, omdat anders wordt afgeweken van de normen die het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.

Fiscale grondslagen
Kleine rechtspersonen mogen afwijken van bovenstaande. Zij mogen de jaarrekening opstellen op basis van fiscale grondslagen (art. 2:396 lid 6 BW). Hierdoor worden verschillen tussen de fiscale en commerciele winst voorkomen (zie voor meer informatie de pagina: voorziening latente belastingverplichtingen).

IFRS-EU
Door de toenemende globalisering is er meer behoefte gekomen aan uniforme verslaggevingsrichtlijnen. Hiertoe zijn de International Financial Reporting Standards (IFRS) ontwikkeld. Sinds 2005 zijn Europese beursgenoteerde rechtspersonen verplicht om de geconsolideerde jaarrekening op te stellen op basis van IFRS-EU. De toevoeging -EU wil zeggen dat de IFRS richtlijnen zijn goedgekeurd door de Europese Commissie. Niet-beursgenoteerde vennootschappen mogen IFRS toepassen voor hun enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekening.


Opmaken en vaststellen van de jaarrekening

Opmaken van de jaarrekening
Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening inclusief het jaarverslag (ook wel bestuurs- of directieverslag genoemd) en de overige gegevens. Middels de jaarrekening legt het bestuur verantwoording af over het door haar gevoerde beleid. Het opmaken van de jaarrekening behoort tot een van de taken van het bestuur net als het voeren van een deugdelijke administratie, het beheren van de financien en het bewaren van de administratie gedurende de wettelijke termijn van 7 jaar.

De jaarrekening van een BV of NV moet jaarlijks binnen 5 maanden na afloop van het boekjaar te zijn opgemaakt. Voor een cooperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, commerciele vereniging en commerciele stichting geldt een termijn van 6 maanden. Door de Algemene vergadering van Aandeelhouders of de ledenvergadering kan deze termijn verlengd worden met respectievelijk 6 en 5 maanden wegens bijzondere omstandigheden. Dit dient vastgelegd te worden in de notulen. De maximale termijn bedraagt derhalve voor elke rechtspersoon maximaal 11 maanden.

Vaststellen van de jaarrekening
De Algemene vergadering van Aandeelhouders (AvA) is wettelijk bevoegd tot het vaststellen van de jaarrekening. Bij een cooperatie, onderlinge waarborgmaatschappij en commerciele vereniging is dat de ledenvergadering. Een commerciele stichting kent geen leden, waardoor de bevoegdheid tot het vaststellen van de jaarrekening is gelegen bij het statutair bevoegd of toezichthoudend orgaan.

Alle bestuurders en (eventueel) commissarissen dienen de jaarrekening te ondertekenen. Aan de jaarrekening dient een controleverklaring van een openbaar accountant te worden toegevoegd tenzij de rechtspersoon als “klein” is te classificeren op grond waarvan accountantscontrole achterwege mag blijven.

Met de komst van de Flex-BV is het mogelijk geworden om de jaarrekening vast te stellen door alle bestuurders en commissarissen de jaarrekening te laten ondertekenen als zij tevens aandeelhouder zijn. Alle vergadergerechtigden moeten dan wel in de gelegenheid zijn gesteld om de jaarrekening in te zien en er moet zijn ingestemd met de vereenvoudigde vaststelling. Door ondertekening van de jaarrekening wordt bovendien automatisch decharge verleend aan de bestuurders en commissarissen.


Jaarverslag en overige gegevens

In de praktijk wordt vaak gesproken over de jaarrekening. Hieronder wordt echter ook verstaan het jaarverslag en de overige gegevens. Er kan daarom beter worden gesproken over jaarstukken inhoudende de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens.

Jaarverslag
Een jaarverslag moet worden toegevoegd aan het jaarrapport door middelgrote en grote rechtspersonen. Kleine ondernemingen zijn vrijgesteld voor het opmaken van een jaarverslag. Het jaarverslag geeft de lezer van de jaarrekening aanvullende informatie over de toestand op balansdatum, over ontwikkelingen die zich gedurende het boekjaar bij de onderneming hebben afgespeelt en over de behaalde resultaten van de onderneming. Vanzelfsprekend mag het jaarverslag niet in strijd zijn met de jaarrekening.

Er zijn een aantal elementen die in het jaarverslag aan bod moeten komen. Allereerst moet het jaarverslag algemene informatie bevatten over onder meer de financiele resultaten, investeringen en de financiering van de onderneming. Hierbij dient tevens aandacht te worden geschonken aan onderzoek en ontwikkeling oftewel research & development (R&D). Daarnaast dienen bijzondere gebeurtenissen na balansdatum te worden toegelicht waarmee in de jaarrekening geen rekening behoeft te worden gehouden.

Ook dient een onderneming de voornaamste risico’s en onzekerheden te benoemen in het jaarverslag. Dit kunnen strategische, operationele of financiele risico’s zijn, maar ook risico’s als gevolg van wet- en regelgeving. Een onderneming kan bepaalde risico’s afdekken met behulp van financiele instrumenten. In het jaarverslag dienen de doelstellingen en het beleid op het gebied van het beheer van risico’s betreffende financiele instrumenten nader uiteengezet te worden.

Tot slot wordt niet-financiele informatie steeds belangrijker. Te denken valt hierbij aan informatie omtrent het personeel of milieu: maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het is aan te bevelen om hierover iets te zeggen al is dit niet verplicht voor middelgrote ondernemingen.

Overige gegevens
De voornaamste gegevens die onder de overige gegevens moeten worden opgenomen (cf. art. 2:392 BW) betreffen: een controleverklaring of melding waarom deze verklaring ontbreekt (bij kleine rechtspersonen). De statutaire regeling omtrent de winstbestemming. Een opgave van winstbestemming of vermelding waarop het verlies is verwerkt. Opgave van gebeurtenissen na balansdatum met belangrijke financiele gevolgen voor de rechtspersoon onder vermelding van de gevolgen.


Publicatie van de jaarrekening

Nadat de jaarrekening is opgemaakt dient deze te worden vastgesteld door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders of de ledenvergadering. Na vaststelling dient de jaarrekening binnen 8 dagen openbaar te worden gemaakt door middel van deponering bij het handelsregister. Openbaarmaking van de jaarrekening dient uiterlijk 13 maanden na afloop van het boekjaar te hebben plaatsgevonden (ook wanneer de jaarrekening nog niet is vastgesteld). Indien de jaarrekening niet is vastgesteld mag er geen dividenduitkering plaatsvinden.

Veelal wordt een verschil gemaakt tussen de opgemaakte jaarrekening door het bestuur voor intern gebruik (de zogenaamde inrichtingsjaarrekening) en de jaarrekening die wordt gepubliceerd bij de Kamer van Koophandel (de zogenaamde publicatiestukken). Reden hiervan is dat een onderneming het liefst zo min mogelijk publiceert bij de KvK. Daarom worden de publicatiestukken voorzien van zo min mogelijk informatie, waarbij alleen de wettelijke vereisten worden opgenomen.

De publicatiestukken kunnen elektronisch of op papier worden aangeleverd bij de Kamer van Koophandel. De inhoud van de publicatiestukken is afhankelijk van de groottecriteria. De publicatiestukken dienen te zijn voorzien van de datum waarop vaststelling heeft plaatsgevonden. Aanbevolen wordt om de publicatiestukken niet te voorzien van een handtekening. Volstaan kan worden met de namen van de bestuurders.


Groottecriteria

De eisen waaraan de inrichtingsjaarrekening en de publicatiestukken moeten voldoen zijn afhankelijk van de grootte van de rechtspersoon. Over het algemeen kan worden gesteld dat hoe groter de rechtspersoon des te meer er moet worden toegelicht. Daarnaast is de groottecriteria van belang voor de vraag of een onderneming al dan niet controleplichtig is. Een kleine rechtspersoon is namelijk vrijgesteld van de wettelijke plicht tot accountantscontrole, terwijl middelgrote en grote rechtspersonen verplicht een accountantscontrole moeten laten uitvoeren.

Een rechtspersoon wordt zoals gezegd ingedeeld in een bepaalde categorie: klein, middelgroot of groot. Hiervoor gelden 3 criteria, waarbij aan 2 van de 3 criteria moet worden voldaan gedurende 2 jaren:

Kleine rechtspersoonMiddelgrote rechtspersoonGrote rechtspersoon
Waarde van de activa<= € 6.000.000<= € 17.500.000> € 17.500.000
Netto-omzet<= € 12.000.000<= € 35.000.000> € 35.000.000
Aantal werknemers (FTE)< 50< 250>=250

Uitwerkingen, antwoorden, samenvattingen en proeftentamens externe verslaggeving

Externe verslaggeving is voor veel studenten een struikelblok. Om het vak te halen is het van belang dat je goed kunt omgaan met de beschikbare literatuur. Veelal mogen namelijk het wetboek (Titel 9 BW 2), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ) en/of de International Financial Reporting Standards (IFRS) tijdens het tentamen gebruikt worden. Dit kan worden geoefend door het maken van proeftentamens.

Beoordeel deze pagina

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *