Leningen


lening

Een ondernemer heeft vermogen nodig om zijn bedrijfsactiviteiten te financieren. Het spreekwoord ‘de kost gaat voor de baat uit’ geldt hierbij nog steeds. Er zal eerst geïnvesteerd moeten worden voordat er winstgevende activiteiten kunnen worden uitgevoerd. Dit vermogen kan worden ingebracht door bijvoorbeeld de storting van aandelenkapitaal of agio (eigen vermogen), maar veelal is een onderneming ook afhankelijk van externe financierders, zoals bijvoorbeeld de bank (vreemd vermogen). In dit artikel wordt uitgelegd welke journaalposten moeten worden gemaakt met betrekking tot het verkrijgen van een lening, de aflossing en de betalingen van rente.




Verkrijgen van een lening

In dit artikel maken we gebruik van een voorbeeld. Stel onderneming X trekt een financiering aan op 1 maart 2016 om haar bedrijfsactiviteiten te financieren. De lening heeft een omvang van € 200.000. De rente bedraagt 3% per jaar (maandelijks te voldoen) en aflossing geschiedt in 5 jaarlijkse termijnen van € 40.000 voor het eerst te voldoen op 1 maart 2017.

Op het moment dat de lening wordt ontvangen nemen de liquide middelen van onderneming X toe. De gelden worden veelal ontvangen op de ‘normale’ bankrekening. Hiermee is onderneming X in staat om bijvoorbeeld bedrijfsmiddelen te kopen die nodig zijn voor de productie van haar artikelen. Van de ontvangst van de lening kan de volgende boeking worden gemaakt:

GrootboekOmschrijvingDebetCredit
1100Bank200.000
0900Lening o/g200.000

Uit bovenstaande boeking blijkt dat de bankrekening toeneemt met € 200.000. Daarnaast wordt een schuld opgeboekt op de balansrekening 0900 lening opgenomen geld.





Rentebetaling lening

In het eerste jaar dient er maandelijks € 500 aan rente te worden voldaan. De rente bedraagt 3% over € 200.000 = € 6.000 per jaar. Elke maand dient € 500 te worden betaald (€ 6.000 / 12 maanden). De rente bedraagt de vergoeding die een externe financier, zoals bijvoorbeeld de ABN AMRO Bank, ING Bank of Rabobank in rekening brengt voor de verstrekte geldlening. De rente is niet voor elk bedrijf gelijk. Een onderneming met risicovolle activiteiten zal een hogere rente moeten betalen dan een minder risicovol bedrijf. Van de maandelijkse rentebetaling wordt de volgende boeking gemaakt:

GrootboekOmschrijvingDebetCredit
4710Rente lening o/g500
1100Bank500

De rente wordt voldaan vanaf de reguliere bankrekening. De liquide middelen (een bezitting) nemen af, waardoor de bankrekening dient te worden gecrediteerd. De betaalde rente is een kostenpost voor onderneming X en wordt gedebiteerd in de kosten.


Aflossing lening o/g

Elk jaar op 1 maart dient er € 40.000 te worden betaald ter aflossing. Door de lening die is verstrekt dient onderneming X in staat te zijn geweest om haar bedrijfsactiviteiten te financieren. Deze activiteiten zullen tot winst en liquiditeit moeten leiden om de lening terug te betalen. Van de aflossing op 1 maart dient de volgende boeking te worden gemaakt:

GrootboekOmschrijvingDebetCredit
0900Lening o/g40.000
1100Bank40.000

De schuld neemt af met € 40.000: de lening (een balanspost) wordt derhalve gedebiteerd. De liquide middelen op de bank nemen af, waardoor deze balanspost dient te worden gecrediteerd.


Lening uitstaand geld

Een ondernemer kan ook overtollige liquide middelen aanwenden om een lening te verstrekken aan een ander bedrijf of particulier. Een dergelijke lening wordt veelal aangeduid als lening u/g oftewel lening uitstaand geld. De boekingen die in dit geval moeten worden gemaakt zijn precies tegenovergesteld aan de boekingen die in dit artikel zijn beschreven. Er ontstaat namelijk een vordering op een schuldenaar in plaats van een schuld aan de schuldeiser.

Voor meer informatie over hypothecaire leningen bezoek ook de pagina ‘hypotheken‘.

3 thoughts to “Leningen”

  1. Nu heb ik het volgende probleem.
    Ik ben penningmeester van en stichting die mensen met kleine schulden tot € 5.000,- wil helpen d.m.v. een lening zodat zij rust krijgen en niet in de schuldsanering verdwijnen.
    Ik wil die mensen afzonderlijk in de gaten willen houden dus niet met een afzonderlijke grootboekrekening per cliënt. Ik maak een debiteurenadministratie. In dit geval debiteur 1.
    In het bedrijfsleven boek je dan Debiteur 1/ aan Omzet
    Je moet namelijk in het dagboek debiteuren een tegenrekening aangeven. En bij een dagboek kan je niet als tegenrekening een ander dagboeknummer geven.
    en bij betaling zou het zijn Bank / aan Debiteur.
    De omzetrekening zou dan naar de V en W gaan.

    In ons geval kan dat uiteraard niet.
    Wie weet hier raad op?

    1. Op zich geen probleem. Ik onderscheid 2 situaties:
      Situatie 1. U kunt vanuit uw bankboek een debiteur direct een debiteur aanmaken. Zodra u de € 5.000 uitbetaalt boekt u de debiteur. De journaalpost wordt dan Debiteur € 5.000 debet / Bank € 5.000 credit. Terugbetalingen van leningen worden op de debiteur afgeboekt.
      Situatie 2: U kunt via het bankboek geen debiteur aanmaken. In dat geval kunt u het probleem tackelen met een tussenrekening, bijvoorbeeld uit te betalen leningen. De journaalposten worden dan:
      – Bij het onstaan van de lening/toezegging: Via het verkoopboek: Debiteur € 5.000 debet / Uit te betalen leningen € 5.000 credit.
      – Bij het uitbetalen van de lening via het bankboek: Uit te betalen lening € 5.000 debet / Bank € 5.000 credit.
      Op de grootboekrekening Uit te betalen leningen houdt u overzicht of er nog bedragen die zijn toegezegd nog niet zijn uitbetaald.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *