Loonheffingen

Geen beoordelingen.
loonheffingen

In dit artikel wordt ingegaan op de loonheffingen. De loonheffingen bestaan uit de loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de zorgverzekeringswet. De premies volksverzekeringen bestaan op hun beurt uit de Algemene Nabestaandenwet (ANW), Algemene Ouderdoms Wet (AOW) en Wet Langdurige Zorg (WLZ). De premies werknemersverzekeringen bestaan uit de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) en de Werkloosheidswet (WW).




Wanneer dient loonheffing te worden ingehouden?

De loonheffing is een voorheffing op de inkomstenbelasting. Hoewel de loonheffingen worden verhaald op de werknemer is de werkgever diegene die verantwoordelijk is voor de afdracht: de werkgever is de inhoudingsplichtige. Om te bepalen of een werkgever loonheffingen moet inhouden moet de vraag gesteld worden of de werknemer ook daadwerkelijk als werknemer kwalificeert. Er moet voldaan zijn aan drie voorwaarden om als werknemer te kwalificeren:

  • De medewerker moet persoonlijk arbeid verrichten;
  • De medewerker moet een vergoeding krijgen / werkgever is verplicht loon te betalen;
  • De medewerker werkt onder gezag van een werkgever.

Niet in alle gevallen is het even duidelijk of aan de bovenstaande criteria wordt voldaan. Dit speelt met name bij ZZP’ers die veel opdrachten voor een bepaalde werkgever verrichten. Om de risico’s op naheffingen bij opdrachtgevers te voorkomen werd er voorheen gewerkt met VAR-verklaringen (verklaring arbeidsrelatie). Deze VAR-verklaringen zijn inmiddels vervangen door modelovereenkomsten vanuit de Wet Deregulering Arbeidsrelatie (DBA). In deze modelovereenkomsten komen opdrachtgever en opdrachtnemer waarom sprake is van een overeenkomst van opdracht in plaats van een arbeidsovereenkomst. Deze modelovereenkomsten moeten goedgekeurd worden door de belastingdienst, waarbij de belastingdienst toetst aan de hand van de hiervoor genoemde drie criteria (arbeid, loon en gezagsverhouding). Een modelovereenkomst geeft geen volledige vrijwaring aan de werkgever om geen loonheffingen in te houden. De werkgever dient te toetsen of aan de voorwaarden die gesteld zijn in de modelovereenkomst wordt voldaan (deregulering van de overheid aan de werkgever).

Naast de werknemer zijn er ook een aantal fictieve dienstbetrekkingen in de Wet op de loonbelasting opgenomen. Ook voor een commissaris (geen gezagsverhouding), thuiswerker en Aanmerkelijk Belang-houder (5% of meer van de aandelen) geldt dat sprake is van een dienstbetrekking en dat derhalve loonheffing verschuldigd is.

Een commissaris en in bepaalde gevallen een AB-houder zijn echter geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd. Of een AB-houder premies werknemersverzekeringen is verschuldigd is afhankelijk van de vraag of de AB-houder kwalificeert als Directeur Groot Aandeelhouder (kortweg: DGA). Iemand classificeert als DGA als hij of zij voldoet aan de volgende criteria van de Regeling Aanwijzing DGA:

  • 50% of meer van de stemmen;
  • Ontslag tegen kunnen houden (versterkte meerderheid 2/3);
  • Nevenschikking (bestuurders die in AV gelijk of nagenoeg gelijk aantal stemmen kunnen uitbrengen)
  • Familie tot en met 3e graad: 2/3 van aandelen

Gebruikelijk loon DGA

Aangezien een DGA zelf zijn loon kan vaststellen is de hoogte van het loon voor een DGA in de wet vastgelegd. Een DGA zal zich namelijk te weinig loon kunnen uitkeren, omdat de tarieven in de loonheffing/inkomstenbelasting (max. 52%) veelal hoger liggen dan de tarieven die worden betaald over de winst, namelijk de vennootschapsbelasting en de belastingen over het aanmerkelijk belang (44%). Het gebruikelijk loon is ten minste gelijk aan de hoogste van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn van de onderneming;
  • € 44.000.

.

Vrijgesteld loon

Daarnaast worden sommige componenten niet tot het loon gerekend waarover loonheffingen moeten worden afgedragen. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld de pensioenpremies en uitkeringen die eenmaal worden verstrekt na het bereiken van de 25 en 40-jarige dienstverband.

Alle vergoedingen en verstrekkingen die een werkgever aan een werknemer geeft behoren in beginsel tot het loon. Hier zijn echter ook tal van uitzonderingen en vrijstellingen op van toepassing. Dit wordt uitgelegd in een afzonderlijke pagina: de werkkostenregeling

.

Beoordeel deze pagina